Bolivia




Bolivia 2005



Landinformatie
Land : Bolivia.
Inwoners : 8,5 miljoen.
Hoofdstad: La Paz.
Inwoners : 4 miljoen.
Oppervlakte: 26 maal Nederland
Landschap: Hooggebergte, valleien, zoutvlaktes.
Taal : Castellano (Spaans), Quechua, Aymara.
Tijd : 4 uur t.o.v. GMT.
Geld : Bolivianos
Waarde : 1 dollar = 9,1 bolivianos
1 Euro = 9,78 bolivianos
1 boliviano = 0,102 euro.
Trefwoorden
Titicaca meer
Hoogteziekte
La Paz
Cochabamba
Santa Cruz
Sucre
Potosi
Uyuni
Oruro
Copacabana
Cocabladeren
El Tio
Hoogteverschillen
Bolhoeden
Reisschema
Het reisschema kent de volgende plaatsen.
Luchthaven Viru Viru
Santa Cruz
Samaipata
Sucre
Potosi
Uyuni
Chinguana
Oruro
La Paz
Copacabana
La Paz
Cochabamba
Santa Cruz
Luchthavan Viru Viru.
Wereldomroep
De wereldomroep op de korte golf voor ontvangst in Zuid en Midden Amerika gedurende de zomertijd in Nederland:
00.00 - 00.30uur:15540kHz 01.00 - 01.30uur:17605kHz 02.00 - 02.30uur: 5970kHz 03.00 - 03.30uur: 6190kHz 05.00 - 05.30uur: 6190kHz 06.00 - 06.30uur: 6165kHz 07.00 - 07.30uur: 6165kHz 11.30 - 12.00uur: 6020kHz 23.00 - 23.30uur: 7605kHz

Meer: www.wereldomroep.nl/gids



Klimaat

Bolivia is in vier regio’s in te delen. Het Andesgebied met zijn titleiplano (hoogvlakte). Het oost Boliviaanse bergland met zijn dalen (valles) en lagere delen (Yungas) als overgangsgebied tussen het droge hoogland en het vochtige laagland. Het Amazone gebied en tenslotte in het zuidoosten met de zeer droge Chaco. Het westen van Bolivia heeft twee hoge Andesketens namelijk de Cordilllera Occidental en de Cordillera Real met zijn gletsjers. De titleiplano ligt op een hoogte van zo’n 3500 tot 4000 meter.
Bolivia is gelegen op het zuidelijk halfrond. Zomer in Nederland is in Bolivia winter en omgedraaid. In de zomer heb je in Bolivia het regenseizoen dat van november tot maart duurt. Het droge seizoen is in de winter. Er kan regen en sneeuw vallen maar dan wel in mindere mate dan in de regentijd. Overdag is er veel zon maar de nachten zijn koud. In het Amazonegebied heerst een tropisch klimaat met hoge temperaturen en tevens een hoge vochtigheid. In de gebieden tot 800 meter is er een tropisch klimaat en boven de 1800 meter een koude gebied. In de winter die van mei tot augustus duurt hebben de plaatsen die redelijk laag liggen een mediterraan klimaat: prettig dus.
Op grond van deze gegevens heb ik gekozen voor een reis in de periode eind februari tot in april terwijl ik voorts rekening heb gehouden met de hoogtes in het land. Langzaam opbouwen in hoogte zodat je zo min mogelijk (of geen) last hebt van hoogteziekte. Het drinken van mate de coca of het zuigend kauwen op coca blaadjes zijn eveneens middelen die je helpen zo snel mogelijk te acclimatiseren op de grote hoogtes. Tenzij het niet anders kan, kun je om in Bolivia te reizen beter kiezen voor Santa Cruz (440 m) als startplaats dan La Paz (3640m). Beide plaatsen hebben een internationale luchthaven die aangedaan worden door een aantal vliegmaatschappijen.
Achteraf is gebleken dat ik nauwelijks regen heb gehad en verder niets anders dan zon. Ook de opbouw van de hoogtes is mij goed bevallen. Het weer is echter geen garantie dat het elk jaar hetzelfde is. Een jaar later was ik eveneens in La Paz, Cochabamba en Copacabana aan het Titicacameer waar toen toch wel forse buien vielen.


Hoogteziekte
Hoogteziekte is een veel voorkomend verschijnsel in Zuid Amerika. Door de grote hoogteverschillen binnen een land kan het zijn dat je op het ene moment op 100 meter hoogte bent en een paar uur later op 2500 meter. Snel op hoogte komen kan - dit is voor eenieder verschillend - verschijnselen geven van misselijkheid, hoofdpijn, vermoeidheid. Wanneer je zorgt voor een geleidelijke overgang van laag naar hoog, drinkt veel, neemt rust, voorkomt grote inspanningen dan zul je nauwelijks problemen ondervinden.
Voor een reisschema is het zinvol de hoogte in de gaten te houden van de plaatsen waar je heen wilt. Weliswaar wordt er gezegd dat een eerste stijging naar 2500 nog geen effect heeft maar dat heb ik zelf anders ervaren. Vanaf deze afstand is het in ieder geval goed rekening houden met je inspanningen. Andere voorzorgsmaatregelen zijn er in de vorm van asperines en veel drinken. Ook het gebruik van mate de coca heeft een positieve inwerking. Mate de coca is een thee getrokken van cocabladeren. Lekker en legaal.


El Tio
El Tio (of te wel "de oom") is een vorm van heidens geloof. Vrijwel elke mijn heeft een El Tio. Het is de duivel die men te vriend moet houden daar men immers werkzaam is in de mijn die deel uitmaakt van de aarde: pachamama (moeder aarde). In een gedeelte van de mijn is er een pop gemaakt en die houdt men te vriend door hem geschenken aan te bieden en hem om bescherming te vragen. En dat men niets (ernstigs) in de mijn zal overkomen. Maar wel een grote (zilver) ader zal vinden. Men geeft El Tio cocabladeren, sigaretten, alcohol en elke vrijdagavond wordt aan el Tio extra aandacht gegeven. Men heeft een heilig ontzag voor "El Tio"


Bolhoeden
Een van de kenmerken van Bolivia is de bolhoed die door vrouwen worden gedragen. Eigenlijk wordt er door iedereen een hoofddeksel gedragen. Het komt voort uit traditie. Als onderdeel van de dagelijkse kleding maar ook als bescherming tegen de kou of de felle zon. Dat de zon fel is komt doordat een groot deel van Bolivia op een hoogte ligt van 3000 tot 4000 meter boven zeeniveau. Er zijn wel een honderdtal verschillende hoofddeksels. Een origineel souvenier is dan ook: een bolhoed.


Tip
Geef een muisklik op de foto en deze wordt vergroot.
Om weer teug te gaan naar de andere foto's klik, links boven in de werkbalk, op het groene pijltje ( ).


De reis door Bolivia

Vooraf aan de reis
In 2005 ben ik naar Bolivia gegaan nadat ik de reis een paar keer heb moeten annuleren gezien de situatie in het land. Het jaar ervoor was zelfs de staat van beleg afgekondigd. Maar in 2005 waren er geen signalen die mij verhinderden om te gaan. Ook het Ministerie van Buitenlandse zaken had geen negatief reisadvies afgegeven. Waar ik gedurende de reis wel last van had waren de wegblokkades. Door de Hidrocarburo problematiek protesteerden de inwoners door stenen op de weg te leggen en zodanig dat er geen verkeer meer mogelijk was. Dus ook geen busverkeer. Het leidde tweemaal toe tot geen toegang naar waar ik heen wilde en éénmaal (in het zuiden) werd de zaak met wat bolivianos afgekocht. Spannender werd het op het eind van de reis toen ik vast kwam te zitten in La Paz. Maar een dag extra in de hoofdstad is geen straf en kon er later in de week alsnog naar Santa Cruz gereisd worden. Dat er maanden later veel forsere blokkades waren waarbij dagen en weken geen vervoer mogelijk was had op mij geen effect meer. Momenteel onder het bewind van Evo Morales, de president van het volk, zijn er (nog) geen problemen die een vakantie kunnen verstoren. titlehans ik heb gedurende een week in maart 2006 niets gemerkt.


Luchthaven Viru Viru
Zoals gezegd, door laag te beginnen en zo langzaam in hoogte op te bouwen kun je wennen aan het verblijf op (grote) hoogten, is het vertrek van de reis vanaf Santa Cruz. De luchthaven heet Viru Viru en wordt door Europese vliegmaatschappijen aangedaan. Er is een pinautomaat waar je niet alleen bolivianos maar ook dollars kunt pinnen. Buiten staat een busje dat je voor nog geen 6,5 bolivianos naar het centrum brengt (eerste ring oftewel primer anillo). De stad is ingedeeld in ringen.Vanzelfsprekend zijn er ook taxi’s en colectivo’s.


Santa Cruz (440m)
Een aardige stad, opgebouwd in ringen (anillos). Een prachtige Plaza met een kathedraal vraagt om bekeken te worden. Zo ook de Basilica. Het busstation (bimodal terminal) bevindt zich buiten het centrum (derde ring) maar dan heb je ook nagenoeg alle maatschappijen bij elkaar. Busjes en taxi’s brengen je vanuit het centrum in ”no tiempo” naar deze plek.
Bezienswaardigheden buiten de stad zijn: In het noorden van de stad, in de buitenwijk San Krols, een dierentuin en het is misschien wel eens leuk te zien wat voor dieren er hier gehouden worden. Samaipata is een dorp dat eigenlijk bezocht moet worden. Twee uur en een kwartier met een taxi. Het is een dorp waar naast arme autochtonen ook uitermate rijke mensen wonen. Het heeft (vanzelfsprekend) een Plaza en in de nabije omgeving een mooi wandelgebied met onder andere de Inca ruïnes El Fuerte. Maar alvorens hier naar toe te gaan zou je La Vispera kunnen aandoen. Het ligt, op korte afstand, ten westen van Samaipata. (Twee cuadros (= huizenblokken) naar het westen en twee naar het zuiden en dan de weg vervolgen. Je kunt hier ook overnachten in dit ecologische bedrijf van een Nederlandse. Of genieten van thee (een pot voor tien personen!) in de fraaie tuin. Om naar Samaipata en El Fuerte te gaan kun je een colectivo nemen bij Expreso Samaipata Taxis. Men vertrekt vanaf de hoek Chavez Ortiz en Solis de Olguin. Twee blokken zuidelijk van het oude busstation. Met wacht op drie personen maar m.i. in de praktijk op vier. Als die er zijn vertrekt de personenauto. In de morgen is het niet lang wachten. In Samaipata kun je weer met de colectivo terug of kun je je naar de nabijgelegen ruïnes laten brengen. Ik kon er twee uur rondlopen en ben vervolgens met de chauffeur naar Samaipata gegaan en tenslotte naar Santa Cruz.
Na Santa Cruz gaat het met de bus – overdag - naar Sucre. Er is keuze uit een aantal maatschappijen. De rit duurt 16 uur.




Sucre (2790m)
Na een fraaie reis door dalen en gebergtes en langs bruggen in aanleg kom je in Sucre op het busstation aan. Een taxi of colectivo brengt je naar het centrum of doe zoals ik gedaan heb: ga lopen en kies onderweg een hospedaje. Er zijn er genoeg. Trek voor de stad Sucre een paar dagen uit. Niet alleen door zijn Plaza de 25 de Mayo maar ook door het aangename weer en de mooie gebouwen die er zijn. Ook zijn er excursies naar de directe omgeving. Zoals La Glorieta bij El Teja aan de weg naar Potosí. Het is een kasteel met veel stijlen. Je kunt er heen met de bus (linea 4) en ga lopend terug via het treinstationnetje waar een maal per week op woensdag om 8 uur A.M. een trein vertrekt naar Potosí. Het kasteel ligt op militair terrein maar van de wachtcommandant krijg je toestemming om verder te gaan. Verder kun je nog naar een dorp met adobe huisjes. Het heet Cachimayu. Eerst naar Yotala, veertien kilometer ten zuiden van Sucre en van daar uit naar Cachimayu wandelen.. Wat zeker de moeite waard is, is een bezoek aan Tarabuco. Elke zondag is er een regionale markt. Een prachtig gezicht door de bevolking in mooie klederdracht. De bus gaat er regelmatig heen. Vertrek vroeg (8 uur) en laat je volstouwen in een bus waar op het dak van die bus nog meer aan gewicht lijkt te zijn dan in de bus zelf. Vertrekplaats is calle San Alberto.




Potosí (4070m)
Ja, je kunt je voorbereiden op hoogtes door langzaam te stijgen maar wanneer je naar Potosí gaat moet je wel naar 4070 meter hoogte. De één na, zo niet de hoogste stad ter wereld. Je kunt het merken. Je verlaat het terminal de buses na een busrit vanuit Sucre van ongeveer 3,5 uur. (Ga vanuit het busstation niet de verkeerde kant op door gevolg te geven aan je gevoel om naar beneden te willen). Eenmaal in de hoofdstaat kijk je naar een enorme hoogte. Dáár ligt het centrum. Wandelend omhoog is een forse aanslag op je conditie. Vanzelfsprekend kun je ook een taxi of een busje nemen. Wat een mooie stad en neem de tijd voor de bezichtiging zodat je tevens kunt wennen aan de hoogte. Drink veel en met name mate de coca. Het is hier volop te verkrijgen. Geen agent die je wat doet. In het indiaanse dorpje aan de voet van de Cierro Rico staan enorme balen coca bladeren, goed voor jaren mate de coca. Het loont de moeite om het museum Casa Real de la Moneda te bezoeken en wacht op de gids. Hij geeft een onderhoudende uitleg. In het gebouw is onder andere een pletmolen te zien met tandraderen en alles wat daar bij hoort. Triest is het te moeten horen dat deze molen door (dierlijke) ezels werden aangedreven en daar werden er nogal wat van versleten. Bezoeken!




Cerro Rico
Wat zeker niet vergeten mag worden is een bezoek aan een zilvermijn in de Cerro Rico. En dan met een gids die daar zelf heeft gewerkt. Wat een ondraaglijke arbeidssituatie. Hoe is het mogelijk dat daar mensen onder die vreselijke omstandigheden moeten werken voor rond de 30 bolivianos. Hiervan moet men dan nog hun materialen en springstoffen aanschaffen. Het is de gewoonte om bij de aanvang van de excursie wat dingen te kopen zoals water, sigaretten, springstof, cocabladeren dat dan aan mineros wordt geschonken. Het indrukwekkendste voor mij was dat een jongen van 13 jaar in de mijn, in een ontzettend kleine ruimte, 4 staven van ongeveer een meter lang in een bergwand moest slaan. De pennen werden vervolgens verwijderd waarna springstof werd aangebracht. De jongen werkte de gehele dag in de mijn en leerde ’s avonds om zo later iets meer te bereiken. Om zo geen langzame dood tegemoet te gaan door stoflongen op te lopen. Een aantal reisbureau houdt zich bezig met een bezoek aan de mijn gedurende een halve dag. Ik kan Expedicines Mallku, calle Matos #67 aanbevelen. Werkt Carlos er nog? Mocht je geen Spaans spreken dan kun je hier terecht met Engels daar de eigenaresse engelse is. In de mijn wordt El Tio door de mijnwerker vereert. Ongetwijfeld word je de geschiedenis door de gids uit de doeken gedaan en maak je kennis met El Tio. Elke vrijdag gaan de "mineros" zelf even bij El Tio langs.
En andere excursie die je zelf kunt organiseren is die naar Miraflores en Tarapaya (3600m). Op de laatste plek zijn er heetwater bronnen (30 graden) en "el ojo del Inca". Er is een toezichthouder die uitleg geeft. Verder doorlopend kom je in een klein dorpje terecht met een badhuis. Er gaat een bus die vertrekt vanaf Avenida Antofagasta, de weg halverwege centrum en busstation. Kan niet missen. Zeg de chauffeur waar je naar toe wilt en hij zet je af op de juiste plek. Heerlijk bijkomen op hoogte. Het dorp is minder de moeite waard. Maar ik zou zeggen beleef het zelf. Gezien het weinige verkeer is het goed lopen over de weg.
Vanuit Potosí gaat het met de bus naar Uyuni. Prachtige vergezichten, schitterende woestijnkleuren, en forse rotspartijen langs de weg. Hier kan ik geen genoeg van krijgen.





Uyuni (3660m)
Je komt in Uyuni na een busrit van zo'n zes uur door een geweldig landschap. Naast de eerder genoemde natuurverschijnselen zijn er adobe stadjes, lama’s en vicuñas. Tevens zie je dan de Cordillera met besneeuwde toppen. Een genot! Maar Uyuni is een aparte stad in zijn opbouw. Het deed me denken aan Argentijnse dorpen / steden in het zuiden aan de oostkust. Vanuit dit stadje, dat je in een uur hebt gezien, kun je wel boeken voor een excursie en je doet jezelf tekort als je daar geen gebruik van maakt. Menig reisbureau of de eigenaresse van Pucara Tours (calle Sucre) verkoopt tickets. Hier krijg je een goede uitleg over wat je te wachten staat. Het kan overigens wel zo zijn dat de gids iets van het geheel afwijkt maar daar waar het om gaat zul je zien.



Ik heb gekozen voor de drie daagse excursie en dat was ongekend en bijzonder de moeite waard. Ten eerste ga je naar Hotel Palacio de sal. Een door zoutblokken opgebouwd hotel waar je kunt overnachten. Het bekende Isla Pescado, een eilandje midden in die onmetelijke Salar de Uyuni, heb ik niet gezien daar door de winterperiode de vlakte 20 cm onder water stond. In de Boliviaanse winter heb je daar geen last van. Hooguit van de kou en de lichtweerkaatsing op je netvlies. Kijk eens naar de auto’s die over de vlakte rijden…..roest, roest en nog eens roest. Na het meer gaat het via het treinenkerkhof, even buiten het stadje, naar het zuiden.



In de middag wordt er door de met de excursie meegaande kok(in) een lunch gemaakt en voor de avond is er een diner in een dorpje wat je beter nederzetting zou kunnen noemen. Er wordt flink wat afgereden over een fantastische vlakte. In het zuiden naar Chili toe, via de dorpjes San Christobal, Alota, Cascada, worden onder andere aangedaan: de vulkaan Ollaguë, het meer Laguna Colorada, een roodkleurig meer van 60 km2 met een diepte van minder dan een halve meter. Het meer ligt op 4300 meter. De rode kleur wordt veroorzaakt door microben. De wind doet de rest. Verder zijn er vele (James) flamingo’s. Dan is er nog het meer Laguna Verde dat op 4600 meter hoogte ligt. Rijdend in dit gebied zo vlak bij de Chileense grens (Er is een bus die rijdt van Chili naar Bolivia, visa versa) in een ongelooflijk imponerend landschap. Maar er zijn nog meer plekken te ontdekken.



Hete waterbronnen (Termas de Polques) waarin het heerlijk vertoeven is. Verder fumeroles (geisers) die op zijn mooist zijn in de zeer vroege ochtend (5 uur), omdat dan door de koude de stoom zich beter ontwikkeld. Op de weg naar Uyuni worden plekken met vele fossielen aangedaan en een oud dorp uit de vroeg prehistorie. Dat dat zo open en bloot ligt. De gids vertelt wat je ziet en is in het geheel onmisbaar. Dan zijn er nog de meren Laguna Celeste, Laguna Blanca, Laguna Amarilla. Als het mogelijk is ga een bezoek aan Colchani brengen dat eveneens de moeite waard is. Het kan bij je driedaagse excursie inbegrepen zijn maar dat ligt aan de gids en het reisbureau. Even buiten Uyuni ligt Colchani, waar zout gewonnen wordt op 4000 meter hoogte en in kleine heuveltjes wordt opgeslagen. Er is zout genoeg: de dikte is zo’n 10 meter.





Oruro (3700m)
De rit van Uyuni naar Ururo is in het donker. Zowel de trein als de bus (twee maatschappijen) vertrekken in de avond en komen in de morgen aan in La Paz. Let op, de bus gaat via Ururo naar La Paz en komt midden in de nacht in Ururo aan en ik kan je vertellen dat, dat zeer onheilspellend was. Het hotel tegenover het busstation was dicht en er werd niet opgedaan en dat gold voor nog een hostal. Er zat niets anders op om te overnachten op de terminal waar een politiepost gevestigd was en ik goede maatjes werd met de agent en zijn (uitgehongerde?) hond. Ga je door naar La Paz dan komt je na drie uur in de vroege ochtend (7,30 uur A.M.) aan. Maar ik wilde eerst Ururo zien.
Ik was er snel klaar. Na de confrontatie met iemand die wilde dat ik in een auto stapte werd ik weer alert en heb geen andere confrontaties meer meegemaakt. De stad zelf had niet veel te bieden dus snel door naar La Paz. Wat overigens jammer is, is dat de vele meren ten westen van de lijn Ururo en Uyuni niet te bereiken zijn met openbaar vervoer. Salar de Coipasa, Poopómeer, Lago Uru Uru. De trein gaat er vlak langs maar aangezien die ’s nachts rijdt, is er domweg niets te zien.

La Paz (3640)
Een advies. Wanner je per bus naar La Paz rijdt zorg er dan voor dat je aan de rechterkant in de bus zit. Kan het raam open? Uitstekend. Waarom? Zelden zo’n indrukwekkend zicht gehad. Je kijkt naar een dal dat volledig volgebouwd is met huizen en wat daar voor door gaat. Ontzettend indrukwekkend en daar de bus naar beneden moet om naar het busstation te gaan heb je een redelijke tijd voor foto’s of om gewoon te kijken. Daar het niet mijn bedoeling was om nu al in La Paz te blijven ben ik direct door gegaan naar het Titicacameer en wel naar de stad Copacabana. Na eerst nog uitgebreid gewaarschuwd te zijn door de toeristenpolitie, die zich op het busstation bevindt, hield hij een busje aan om me naar de plek te brengen vanwaar de bus naar Copacabana vertrekt. Daar er nog een tweetal toeristenpolitiemensen rondliepen heb ik gebruik gemaakt van het busje en werd ik veilig naar de plek vlak bij de begraafplaats gebracht. Je kunt ook zelf zien waar het busje naar toegaat omdat op de voorruit de plaatsen zijn aangegeven waar de chauffeur naar toe gaat. Veelal zit er een bijrijder bij de deur die schreeuw waar de chauffeur naar toe gaat. Maar dan moet je wel weten wat het roept. In dit geval “Centerio”. Hier zit Manco Kapac. Er zijn vertrektijden tot 16.00 uur en kom je na dit tijdstip dan moet je wachten tot de volgende dag tenzij je met een klein busje mee wil. Dat wacht tot het vol is (negen personen) en vertrekt eerst dan en dat kan wel eens om 18.00 uur zijn. Kaartje gekocht en op weg naar Copacabana (3800m).




Titicacameer - Copacabana
De rit duurt ongeveer 3 uur en gaat door een aangenaam landschap. Het lijkt vriendelijker naar mate het Titicacameer naderbij komt. Ongeveer drie kwartier voor het eindpunt gaat een ieder uit de bus en wordt er met een bootje overgestoken. Hiervoor moet je wel een ticket kopen. De bus gaat met een andere boot over. Er is paspoortcontrole omdat je (weer) in Bolivia komt (!). Dan gaat de reis verder en komt het Titicacameer goed in zicht. Zo ook de Cerro Calvario. Aan de voet ligt het stadje dat zijn naam draagt van een strand in Brazilië (of is het andersom?). Het is een eenvoudig, leuk dorpje met een enorme kathedraal. Bij de kerkingang worden dagelijks auto’s en vrachtwagens gezegend voor een goede toekomst. De kapelaan/pastoor zegent het voertuig en er worden bloemen over de auto gegooid. Verder komt er drank aan te pas. Het is een komen en gaan van auto’s. Er zijn volop overnachtingplaatsen, een markt alsmede restaurantjes, strand. Reisagencia’s dragen bij tot de aangename sfeer in het dorp. Hiertoe reken ik ook de (vis) restaurantje aan het strand. De Cerro Calvario is in een half uur te beklimmen en geeft een fantastisch uitzicht over het meer en het stadje. Tevens is het indrukwekkend hoe oudere mensen, die nauwelijks kunnen lopen, de berg naar katholiek gebruik in statievorm beklimmen en boven op de berg een kruisje slaan.
Isla del Sol: er is een volledige dagtocht alsmede een halve dagtocht om het eiland in het Titicacameer te bezoeken. Ik zou aanraden om de volledige tocht te maken. Je wordt per boot naar het eiland gebracht en zet je af nabij het noordelijke gedeelte. En daar begint het verwarrende voor diegenen die geen Spaans spreken. Voor je gevoel lijkt het of men je een entreebiljet wil verkopen voor hun museum maar het is de bedoeling een entreebiljet te kopen voor het gehele eiland. Het geeft recht om het kleine museum te zien en vervolgens loop je via het strand in noordelijke richting en ga je naar de kop van het eiland. Je passeert Cha’llapampa, Titi Khar’ka, en de Chincana ruïnes. Het entreebiljet geeft eveneens recht op een gids en dat is aan te raden. Het doet de ruïnes opleven. Vanaf dit noordelijke punt – ga je zonder gids – zelf verder. Er is een voetpad, goed beloopbaar, naar het zuiden van het eiland boven op de toppen van de bergen. Een prachtig gezicht van het begin tot het eind. Het duurt ongeveer drie uur en in het zuiden ga je trapsgewijs naar beneden en kom je in een haventje aan waar je weer de boot op mag. Hierna wordt nog een ruïneplaats van de Inka’s aangedaan maar veelal ontbreekt daar de lust van zowel de deelnemers als de kapitein om daar aan te leggen en wordt er direct naar Copacabana gevaren. Wil je er wel heen laat dat de kapitein weten.
Om verder te gaan zijn er twee mogelijkheden. Óf je neemt de bus naar La Paz óf een van de taxi’s die klaar staan om je te laten aansluiten op een bus naar Puno in Peru. Een derde mogelijkheid is om bij een van de reisbureaus een kaartje te kopen voor een rechtstreekse bus naar Puno. Die vertrekt om 9.00 uur 's morgens en gaat direkt naar Puno. Behalve dan bij de Boliviaanse en Peruaanse grens waar je moet uitstappen en je migratie moet regelen. De benodigde papieren krijg je in de bus. Eenvoudig en prettig. Vergeet je niet de tijd een uur terug te zetten? Je komt rond 15.00 uur PM aan in Puno op het busstation.
Voor degenen die weer terug gaan naar La Paz kunnen met de maatschappij Manco Capac in zee gaan. Je komt dan aan bij het cementerio (begraafplaats) in La Paz. Van hier uit neem je een busje naar de terminal de autobuses. Of een taxi die je direct naar je overnachtingplaats kan brengen.




La Paz (3640m)
Een mooie stad en prettig om te door kruisen. Niet alleen in het volle centrum met zijn Plaza San Fransisco en zijn catedral maar ook met zijn kleine, soms steile straatjes. Verder is er een heksenmarkt. Of ga naar het zuiden van de stad waar de beter gesitueerden wonen en leven en bewonder hun huizen. In het zuiden bevindt zich ook de ambassade van Nederland. Hoog tegen de berg de beroemde wijk El titleo waar het een drukte van jewelste is en er een redelijke kans is, dat je de spullen die je in het begin van de wandeling nog bij je had niet meer hoeft te dragen. Het is vervelend maar ook nu – vooral deze wijk - geldt geen dure spullen bij je te hebben, dummy betaalpasjes meenemen, weinig geld bij je hebben en kopieën van paspoort en vliegticket bij je dragen. Wandel eens vanuit het zuiden via de calle Zoilo Flores naar Plaza 14 de septiembre in het noorden. Pak een taxi naar het cementerio en bewonder de zorg voor de graven. Kijk niet vreemd op dat kleine jongetjes bij de ingang van de begraafplaats je aanhouden om de geschiedenis van begraven personen te vertellen. Ze doen het serieus en is m.i. een beter manier om aan geld te komen dan hun leeftijdsgenootjes “en la calle”. Ga ook eens naar Calle Jaén. Oude keitjes en mooie gevels uit de koloniale periode. Ook bevindt zich hier Casa Murillo. Dit straatje is nabij Plaza P. Velazco en Sucre. Mocht je aan het eind van het straatje een overnachtingsplek hebben gevonden dat de naam heeft van Riosintho laat dat dan rustig links liggen. Er worden kamers verhuurd waarvan nog iemand de sleutel heeft en waar gebruik gemaakt wordt van de situatie dat je alles op je kamer laat liggen zodat je met weinig waardevolle spullen de straat op gaat. En dát weet de tweede sleutelbeheerder ook!
Vanuit La Paz gaan er tig bussen naar Cochabamba over een prima weg.




Cochabamba (2558m)
Vele bussen gaan naar Cochabamba. Je hebt het voor het kiezen. Een 7 uur durende rit dat door een ontzettend mooi landschap gaat met ongeveer halverwege een stop om te eten. De chauffeur geeft je een half uur vrij en velen gaan naar binnen. Je bestelt een almuerzo (lunch) en voor een paar bolivianos krijg je daarvoor soep en als tweede gang vlees/kip, rijst. Daarmee is de honger te stillen. Zoek een plekje in de zaal en geniet. Vergeet niet dat je als gringo in de gaten wordt gehouden. Maar dat is leuk en op de vraag wat je wilt eten (soms zijn er twee dagschotels: kies wat het lekkerst klinkt en onthoud de naam. Onthoudt het voor het moment dat je eten gebracht wordt en voor later. !Que aproveche!
De aankomst is in een terminal de autobuses. Vlak bij het centrum met een leuk en aangenaam plein. Ook de temperatuur is goed en op de weg naar het centrum heb je vast al een onderdak gevonden. In plaats dat je linksaf naar het centrum gaat kun je ook rechtsaf naar een markt. Een echte belevenis die markt. Verdwaal niet!




Santa Cruz (440m)
De bus heeft er bijna elf uur voor nodig maar het landschap doet je de lange reis vergeten. Ik vond het prachtig. Verder zak je in hoogte en dat kun je aan je lichaam merken. Je hebt een berenconditie. Verder is het ook warmer dan in de tijd dat je op hoogte leefde. Santa Cruz heeft een (groot) busterminal. Met een colectivo, busje of taxi, desnoods lopend, kom je weer in het centrum.

Luchthaven Viru Viru (440m)
Vanuit het centrum kun je naar het vliegveld. Om naar het vliegveld te gaan moet je niet op het grote busstation zijn maar vertrekken (kleine) busjes vanaf het oude busstation aan de Avenida Irala (primer anillo) met de Avenida Omar Chavez Ortiz. Ze gaan frequent. Vanzelfsprekend zijn er ook taxi’s en colectivo’s.


Nabeschouwing
Bolivia leent zich goed om te reizen, niet omdat het een goedkoop land is, maar er zijn goede vervoersmiddelen en met name de bus is bij mij favoriet. Wanneer je daarnaast houdt van landschappen en natuurschoon en prettig nieuwgierige Bolivianen ben je in het juiste land. De streek óf dat nu het noorden óf het zuiden is, is van een ongekende schoonheid en hebben de meren met hun blauwe, rode en groene water indruk achter gelaten. Het is jammer dat er met name in grote steden voor diefstal wordt gewaarschuwd en je daardoor elk moment van de dag op je spullen moet letten. De bevolking, is mijn ervaring, is nieuwschierig naar jou als gringo. Men staat open voor je en wil communiseren. Dat men dan niets weet over Holland (behalve voetballen) is niet van belang. Geen idee heeft men van hoe klein Nederland is en hoeveel mensen er wonen. Daarmee was er dan wel genoeg gesprekstof. Met dit als gegeven en de ongekende natuur van het gebied ten zuiden van Uyuni is de reis een ieder aan te raden.


Reageren?
Voor diegenen die meer willen weten of een reactie hebben op "Zuid Amerika" kunnen dit doen door middel van onderstaand e-adres. In verband met spam is het e-adres zonder de tekens "apestaartje" en "punt" weergegeven. Vervang de twee woorden door de twee, bekende, tekens. Het adres is: reizen-zuid-amerika[apestaartje]hotmail[punt]com


Auteursrecht
Respecteer het auteursrecht op de foto's. Vraag toestemming per e-mail als je een foto wilt gebruiken. De foto wordt dan gemaild, indien gewenst, in een betere kwaliteit dan de versie die op deze website staat.









Begin van deze pagina

Begin van reisverslag Bolivia



Naar beginpagina Zuid Amerika